VRAGEN? BEL ONS OP +32 (0)3 219 14 48

Menu

Nieuws

H&G advocaten biedt U hierbij het laatste nieuws via advocatennet.be
    Tweede rapport seksueel geweld
    29 June 2020 Jubel Bron: Jubel.be
    1. Beschouw de aanpak van seksueel geweld als een topprioriteit
    2. Versterk de aandacht voor slachtoffers
    3. Versterk de opvolging van daders

    Dat zijn de drie groepen van 28 aanbevelingen die de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) doet in een opvolgings- en uitdiepingsrapport over de aanpak van seksueel geweld.

    Op 22 november 2019 liet de HRJ verschillende experten met elkaar discussiëren om zo op korte tijd te weten te komen wat beter zou kunnen in de strijd tegen seksueel geweld. Daarnaast ontving de HRJ van verschillende instanties nuttige statistieken en informatie die een beeld schetsen van het terrein.

    Enkele cijfers: de laatste twee jaar is er een lichte stijging van het aantal zaken van seksueel geweld. In 2019 waren er 4.664 verkrachtingszaken en 4.404 zaken van aanranding van de eerbaarheid. Het aantal seponeringen daalde met iets meer dan 17%. Zedenzaken maken ongeveer 4,5% uit van het totale aantal nieuwe strafzaken bij de rechtbanken, en in hoger beroep ongeveer 1,86%.

    In een eerste rapport pleitte de HRJ al voor een uitbreiding van het aantal Zorgcentra Seksueel Geweld (ZSG), omdat daar aan slachtoffers een multidisciplinaire opvang wordt geboden. Ze krijgen er gepaste medische en psychologische ondersteuning, en het eventuele sporenonderzoek gebeurt in optimale omstandigheden. Desgevallend is er ondersteuning om klacht in te dienen, als het slachtoffer zich daar klaar voor voelt. Tijdens de tweede rondetafel werd het positieve van de holistische aanpak van deze ZSG’s nogmaals bevestigd.

    Dat de politie voldoende middelen en de beste technieken moet kunnen inzetten om een kwaliteitsvol onderzoek te voeren, werd ook al bepleit in het eerste rapport. Vaak moeten magistraten in een volgende fase beroep doen op gerechtsdeskundigen. Helaas is het tekort aan wetsdokters en forensische gedragswetenschappers schrijnend. Bovendien vernam de HRJ dat niet alle gerechtspsychiaters voldoende op de hoogte zijn van de laatste technieken van risicotaxatie.

    Wordt een zaak voor de rechter gebracht, dan is het inschakelen van de dienst Slachtofferonthaal van de justitiehuizen niet altijd een automatisme. Dat is jammer, omdat de meeste slachtoffers te kennen geven nood te hebben aan correcte en heldere informatie en opvolging. De HRJ pleit voor een meer proactieve aanpak.

    Naar de rechtbank moeten, is voor iedereen indrukwekkend en beangstigend. Zeker voor minderjarige slachtoffers. En zeker voor minderjarige slachtoffers met een moeilijke thuissituatie. Het gebeurt dat zij niet eens op de hoogte gebracht worden van het proces waar ‘hun’ dader terecht moet staan, eenvoudigweg omdat de uitnodiging niet naar henzelf gestuurd is maar naar de ouders met wie ze misschien amper of geen contact hebben. Als de slachtoffers eindelijk de juiste zittingszaal vinden, komen nog altijd taferelen voor van weleer: vanaf 9 uur wachten in de gang, quasi naast de dader, om dan uren later te moeten vernemen dat de zaak om een of andere reden wordt uitgesteld. Vandaar de aanbeveling om te zorgen voor goed opgeleide advocaten die minderjarige slachtoffers zo vroeg mogelijk bijstaan, aparte wachtruimtes voor slachtoffers en een beter zittingsmanagement.

    Rechters kwijten zich plichtsbewust van hun taak en beoordelen elke zaak in alle objectiviteit en neutraliteit, met empathie naar de slachtoffers. Maar dat valt niet mee als er nog tientallen anderen staan te drummen om hun zaak met evenveel aandacht behandeld te zien. Een luisterende houding is essentieel, net zoals permanente vorming en specialisatie voor die magistraten die zedenzaken behandelen. Wat dat betreft valt het op dat parketmagistraten de laatste jaren veel meer vormingen hebben gevolgd dan rechters. Voor de HRJ is het duidelijk dat seksueel strafrecht een bijzondere specialisatie is.

    Daders wier schuld vaststaat, moeten uiteraard kordaat bestraft worden. De straf moet een ondubbelzinnig signaal zijn dat het gestelde grensoverschrijdende gedrag niet geduld wordt en dat men een duurzame gedragsverandering verwacht. Wil men recidive voorkomen, moet de straf en desgevallend het hulpverleningsaanbod gepast en proportioneel zijn. Dé zedendelinquent bestaat immers niet. Wel moeten daders aanklampend opgevolgd worden. Jammer genoeg is er een tekort aan therapeutisch aanbod voor seksuele delinquenten, en voor een aantal complexe categorieën van daders is dat zelfs onbestaande. De HRJ vraagt dat fors wordt geïnvesteerd op alle niveaus en in alle fases van de procedure in psychosociale begeleiding. De HRJ oppert zelfs het idee om een afzonderlijke instelling te creëren met een opnameplicht zodat ook aan de moeilijkst te behandelen zedendelinquenten een aanbod kan gedaan worden.

    Veiligheid is niet alleen een zaak van justitie, maar vergt een verhoogd bewustzijn van iedereen (onderwijs, welzijnssector, de medische wereld, politie, justitie, politiek, enz.) om een gepast antwoord te geven aan de noden van slachtoffers en daders. Iedereen moet zich daar ook meer naar organiseren. Seksuele misdrijven raken het intiemste van de mens en kunnen generaties lang zware gevolgen hebben. De strijd tegen seksueel geweld is dan ook een topprioriteit.

    Christian Denoyelle

    Voorzitter van de advies- en onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie

     

Menu